|
Een scala aan flesjes op de badrand Er hangt een walm van deodorant
In zijn afgezakte spijkerbroek Creëert hij zijn nieuwste look
‘Ik ben zo weg mam, misschien dat ik nog bel’ Op de grond valt een klodder gel Zijn stem kleurt dieper en wat schor Hij telt de haren van zijn ‘snor’
‘Blij dat ik minder puisten heb dan Coen Tjezus! Je zult het met zo’n kop moeten doen’
Hij checkt zijn net gepoetste tanden Ademt in de kom van zijn handen
‘Ik weet trouwens nog niet waar ik eet’ Controleert zijn T-shirt op zweet
‘Ik heb met de jongens afgesproken Je hoeft voor mij niet te koken’
Wat slungelig staat hij daar Ik zeg: Doe je de groeten aan haar?
Een vette grijns op zijn gezicht Hij straalt, één en al zonlicht
In mijn hals belandt een verdwaalde zoen En alleen ik ruik nog het jochie van toen
© Janine Jongsma 2011
|